Make your own free website on Tripod.com

De Limburger - zaterdag 3 juli 1999 (Bert Saarloos)

Berglopen als een alternatief voor dieet
ATLETIEK : Het is eigenlijk een voorbereiding van lik-m'n-vestje. De Limburgse heuvels als trainingsparcours voor de Mont Blanc Cross. Maar ja, wat wil je. Iets beters is niet voorhanden. We zullen het ermee moeten doen", zegt Jo Schoonbroodt, kopman van het DSM-Running Team dat morgen tegen de hoogste Alpenpiek oprent...

Nu is rennen een groot woord. Op de echt steile stukken wandelt iedereen. Op sommige stukken moet je je zelfs met de handen op de knieën omhoog duwen. Het gaat soms echt op handen en voeten", lacht Schoonbroodt, vorig jaar de beste DSM'er met een vijftigste plaats op twaalfhonderd deelnemers. Tot zijn eigen verbazing eindigde hij zo hoog. Maar ik had dan ook een superdag. Ik liep een tijd van twee uur en negen minuten terwijl ik andere jaren altijd rond de 2.20 zat. Zo'n goede tijd zal er nu niet in zitten, ik heb eigenlijk te weinig getraind", zegt Schoonbroodt, die acht van de voorgaande twintig edities van de Cross du Mont-Blanc liep.Het DSM-atletiekteam neemt al voor de vijftiende keer deel aan de 23,5 kilometer lange tocht van het stadje Chamonix naar de top van het bewandelbare gedeelte van de Alpenreus, op ongeveer 2500 meter hoogte. Schoonbroodt maakt deel uit van een DSM-ploeg van 25 man, waarvan vijftien uit Limburg. De 49-jarige Maastrichtenaar weet zeker dat hij deze keer niet de beste Limburger zal zijn. Unitas-loper Louis Tummers gaat er ook heen, op eigen gelegenheid. Louis zal zeker sneller zijn. Die kan zelfs heel hoog eindigen."De Mont-Blanc Cross is geen sinecure. Is een hoogteverschil van 1500 meter overwinnen op 23,5 kilometer al fysiek een martelgang, Schoonbroodt vreest vooral de mentale pijn. Je moet steeds weer de motivatie zien te vinden om te versnellen op de stukken waar het kan, de minder steile passages. Dáár worden namelijk de verschillen gemaakt. Je lichaam wil niet meer, maar toch moet je je steeds weer aansporen om opnieuw aan te zetten. Verschrikkelijk is dat."Eén voordeel heeft Schoonbroodt al ten opzichte van enkele ploeggenoten: ervaring. Schoonbroodt, door schade en schande wijs geworden, weet onderhand wel hoe hij de race moet opbouwen. Het eerste stuk loop je nog lekker beschut in het bos en is het nog niet zo zwaar, zoiets als de heuvels hier in Limburg. Daar moet je niet te gek doen, al is de verleiding heel groot. Dat vertel ik continu tegen de debutanten uit het team. Of het effect heeft, is maar de vraag. Want wát zie je daar dus elk jaar? De meesten lopen zich op dát stuk al helemaal kapot, terwijl het zwaarste dan nog moet komen. Pas na tien kilometer wordt het echt zwaar. Daar houdt de boomgrens op, wordt de lucht ijler en loop je vol in de zon. Zo is er nabij een skilift een kilometer van meer dan twintig procent. Als je die kilometer binnen twaalf minuten aflegt, ben je echt snel. En dan heb ik het nog niet eens over het laatste stuk door de sneeuw", puft Schoonbroodt.In Limburg behoort Schoonbroodt tot de snelste veteranen, was al in diverse lopen winnaar in de categorie veertig-plus. Bij het grote publiek is hij evenwel het meest bekend van de Mergelland-marathon. Schoonbroodt leidde tot halverwege de eerste editie van de 42-kilometerloop in Meerssen. De 49-jarige Schoonbroodt begon nochthans pas heel laat met hardlopen, op zijn 36ste. Ik was totaal niet sportief, maar moest wast doen aan mijn cholestorol. Het was óf gaan bewegen óf een ander voedingspatroon. Nou, mijn eten smaakte me te goed, dus ...."